Options How To (NL)
Wanneer u opties koopt, betaalt u een premie. Nu is het kenmerkend voor langlopende opties dat u hier wat meer voor betaalt, maar dat deze dankzij hun lange looptijd slechts beperkt in waarde dalen als de looptijd verstrijkt.
Om die reden zouden we er voor kiezen om de Put RD Dec’19 20 te kopen indien we aandelen Shell willen beschermen. Kosten: €3,75. Daarmee verkrijgen we de ‘verzekering’ dat aandelen Shell de komende 4 jaar verkocht kunnen worden voor €20.
De huidige aandelenkoers is €23,50. Zouden we nu de aandelen kopen met deze putoptie dan is de totale investering €27,25. Wanneer het dividend de komende vier jaren gewoon wordt uitbetaald dan ontvangt u naar waarschijnlijkheid ruim €7 dividend. Samen met de garantie dat u altijd €20 voor uw aandelen terug krijgt, is er in dat geval geen enkel risico. Staat de koers boven €20 in december 2019? Dan is de winst voor u.
- Call-optie = Kooprecht
- Put-optie = Verkooprecht
- Een contract bevat altijd 100 aandelen.
- Een put-optie kan altijd worden uitgeoefend worden tot en met expiratiedatum.
Een optie bestaat uit enkele vaste componenten, namelijk:
- De onderliggende waarde: het bedrag waarop het contract betrekking heeft. Wanneer je met een optie het recht hebt om het aandeel Shell te kopen tegen een prijs van vijftig euro dan weet je hoeveel de onderliggende waarde is door dit bedrag te vermenigvuldigen met het aantal aandelen.
- De contractgrootte: het aantal contracten binnen de optie. Een contract geldt altijd voor 100 effecten, het is niet mogelijk om met kleinere hoeveelheden te handelen. Wanneer de prijs van een optie dus twee euro is betaal je in totaal 200 euro.
- Soort optie: dit kan zowel een call als een put optie zijn. Het recht om te kopen heet een calloptie, je ontvangt dan geld wanneer de prijs stijgt. Het recht om te verkopen heeft een putoptie, je ontvangt dan geld wanneer de prijs daalt.
- De uitoefenprijs: de prijs waarvoor het effect gekocht of verkocht kan worden. De uitoefenprijs is doorgaans niet gelijk aan de huidige beurskoers en kan zowel lager of hoger liggen. Hoe gunstiger de situatie voor de koper van de optie, hoe hoger de te betalen premie.
- De expiratiedatum: het moment waarop de optie afloopt. De te betalen premie neemt toe wanneer de duur van de optie lang is, de persoon die de optie uitschrijft loopt dan immers een groter risico.
Geld verdienen met opties
Er zijn twee manieren waarmee je geld kunt verdienen door te beleggen in opties. De eerste manier is het kopen van een optie. Het is ook mogelijk om zelf een optie uit te schrijven, je ontvangt dan premie en je kan deze premie als winst in je zak steken wanneer de optie ongunstig uitvalt.
Wanneer je een aandeel koopt staat de prijs altijd vast, dit is niet het geval wanneer je opties koopt. Er zijn immers verschillende waarden beschikbaar, de uitoefenprijs, expiratietijd en te betalen premie verschillen. Op ieder moment bestaan er dus verschillende opties, enkele voorbeelden:
Aandeel Philips met actuele waarde van €18,00
- Calloptie met uitoefenprijs van €20,00 en expiratietijd van drie maanden
- Putoptie met uitoefenprijs van €30,00 en expiratietijd van twee jaar
- Calloptie met uitoefenprijs van €16,00 en expiratietijd van twee weken
De prijs van een optie wordt vanzelfsprekend bepaald door de aantrekkelijkheid voor de koper. Een calloptie met een uitoefenprijs onder de huidige koers levert direct winst op en is dan ook erg gunstig. Een vergelijkbare optie zal dan ook tegen een hoger bedrag verhandeld worden. Er zijn drie mogelijkheden:
- In the money: de uitoefenprijs ligt onder de huidige beurskoers: de optie is direct geld waard
- At the money: de uitoefenprijs is gelijk aan de huidige beurskoers: de optie levert nu niets op
- Out of the money: De uitoefenprijs ligt hoger dan de huidige beurskoers: de optie is nog waardeloos
De waarde van een optie
De waarde van een optie wordt bepaald door de intrinsieke waarde plus de verwachtingswaarde. De intrinsieke waarde is de actuele waarde van een optie. Wanneer je met een calloptie het recht hebt om een aandeel dat nu €30,00 kost voor €25,00 te kopen maak je direct €5,00 winst per aandeel. De intrinsieke waarde is dan €5,00.
Er is echter ook sprake van een verwachtingswaarde. Wanneer een optie out of the money is maar een lange periode geldig is zal de verwachting dat een hogere koers bereikt wordt toenemen. Het gaat er uiteindelijk dus om of men gelooft dat de optie in de toekomst geld waard gaat worden.
Hoe komt de waarde van een optie tot stand?
De waarde van een optie wordt bepaald door de koers en de bewegelijkheid van de onderliggende waarde. Wanneer je het recht verwerft om een optie te kopen tegen een prijs van €25,00 en de koers is momenteel €26,00 dan is de intrinsieke waarde €1,00 wat de optie direct een waarde geeft van tenminste €100,00 (100 X €1,00 winst = €100,00).
Daarnaast zullen opties uitgeschreven op bewegelijke aandelen meer waard zijn. Wanneer aandelen sterk bewegen neemt de kans dat de koers hoger uitvalt bij een calloptie of lager uitvalt bij een putoptie toe.
Twee soorten opties
- calloptie: het recht om aandelen tegen een van tevoren vastgestelde koers te kopen
- putoptie: het recht om aandelen tegen een van tevoren vastgestelde koers te verkopen
Let op: de koersbewegingen in de voorbeelden hieronder zijn overdreven. In de praktijk komen dit soort bewegingen op korte termijn meestal niet voor. Ze zijn gebruikt om duidelijk de werking van opties aan te geven. Daarnaast heb ik ervoor gekozen om aandelen als onderliggende waarden te gebruiken; dit hadden ook obligaties of goud et cetera kunnen zijn.
1. Callopties
U koopt een calloptie als u een koersstijging verwacht.
Voorbeeld
U heeft gehoord dat de productiemaatschappij NOP een grote opdracht heeft gekregen voor een nieuwe serie. U verwacht dat de koers van NOP op korte termijn naar 60 euro zal stijgen. De koers is op dit moment 51. U koopt een calloptie:
| call NOP | 50 euro |
| koers NOP | 51 euro |
| optiepremie | 3 euro |
De optie kost in totaal 300 euro (optiepremie * 100 aandelen). 100 aandelen kosten 5100 euro (51 * 100 aandelen).

Stel de koers van NOP stijgt naar 60 euro. De waarde van de aandelen zou dan 6000 euro zijn. Als u aandelen in bezit had, was de winst 900 euro. De bezitter van de calloptie mag deze aandelen kopen voor 50 euro per stuk. De optie is dus 1000 euro waard (60 - 50 * 100 aandelen) en de winst is 700 euro (1000 - 300 aankoop). De totale winst is dus minder, maar het geïnvesteerde bedrag is ook aanzienlijk lager.
Stel de koers van NOP daalt naar 40 euro. De waarde van een pakket met 100 aandelen is dan nog maar 4000 euro waard, dus een verlies van 1100 euro. Met een optie mag u deze aandelen kopen voor 50 euro. Deze optie is dus niets meer waard. Het verlies is 300 euro (kostenoptie). De aandelenbezitter heeft nog wel de tijd om te wachten op een koersstijging. De optiebezitter niet meer, want de optie is verlopen.
Het resultaat
| koers | aandelen | optie |
| 40 | -1100 | -300 |
| 50 | -100 | -300 |
| 60 | +900 | +700 |
2. Putopties
U koopt een putoptie als u een koersdaling verwacht. Er zijn twee redenen om een putoptie te kopen:
- profiteren van de verwachte koersdaling
- het aandelenbezit te beschermen tegen koersdaling: de belegger wil zijn aandelen niet verkopen om een eventuele stijging niet te missen, dus koopt een putoptie als verzekering

Voorbeeld
Uw buurman zit in de reclamebranche en heeft gehoord dat een grote zeepmiddelenfabrikant stopt met de reclames in de soap 'Goede zeep, slechte zeep'. De productiemaatschappij NOP zal daardoor met de serie moeten stoppen. U bent bang dat de koers van het aandeel NOP zal gaan dalen. U heeft 100 aandelen NOP, maar u wilt ze nog niet verkopen. U koopt daarom een putoptie om de waarde van uw aandelenbezit te beschermen:
| put NOP | 50 euro |
| koers NOP | 51 euro |
| optiepremie | 2 euro |
De optie kost in totaal 200 euro (optiepremie * 100 aandelen).

Stel de koers van NOP daalt naar 30 euro. Met deze optie mag u uw aandelen voor 50 euro verkopen. Het verlies is dan maar 300 euro (51 - 50 * 100 aandelen + 200 optiepremie) in plaats van de 2000 euro (50 - 30 * 100 aandelen).
Stel de koers van NOP daalt naar 40 euro. U heeft geen aandelen in uw bezit, maar wel bovenstaande optie. U mag dus 100 aandelen voor 50 euro verkopen. De waarde van de optie is 1000 euro (50 - 40 * 100 aandelen), de winst is dus 800 euro.
Stel de koers van NOP stijgt naar 60 euro. De putoptie is dan niets meer waard. Het verlies is 200 euro. Als koersen stijgen verliest u dus geld met putopties.
Het resultaat
| koers | aandelen | aandelen+optie | optie |
| 30 | -2100 | -300 | +1800 |
| 40 | -1100 | -300 | +800 |
| 50 | -100 | -300 | -200 |
| 60 | +900 | +700 | -200 |
Schrijven van callopties
Met het schrijven van een calloptie verkoopt u een kooprecht. Met andere woorden, u gaat de verplichting aan om aandelen te verkopen tegen een van te voren vastgestelde prijs. Een belegger schrijft een calloptie als hij niet veel koersstijging meer verwacht.
Voorbeeld
U heeft 100 aandelen NOP. De koers van NOP is op basis van overnamegeruchten recentelijk fors gestegen. U denkt dat er niet veel koersstijging meer in het vat zit, maar u wilt uw aandelen niet verkopen. U schrijft een call optie:
| call NOP | 50 euro |
| koers NOP | 51 euro |
| optiepremie | 3 euro |
![]() |
Voor deze optie ontvangt u in totaal 300 euro (optiepremie * 100 aandelen). Hiervoor bent u verplicht om uw 100 aandelen te verkopen tegen 50 euro, wat de koers ook doet. Als de koers boven de 50 euro komt, zullen uw aandelen worden opgevraagd. Als de koers onder de 50 euro blijft, mag u ze houden.
Stel de koers van NOP stijgt naar 60 euro. Als u de optie geschreven heeft, moet u de 100 aandelen leveren en u ontvangt er maar 50 euro voor (dus in totaal 1000 euro minder). Als u deze aandelen niet hebt, dan koopt de bank ze voor u en wordt het aankoopbedrag van uw rekening gehaald. U maakt dan een verlies van 700 euro (1000 - 300 ontvangen premie).
Stel de koers van NOP daalt naar 40 euro. De schrijver van deze optie is verplicht de aandelen te verkopen voor 50 euro. Deze optie is dus niets meer waard. De ontvangen premie is winst (300 euro).
Schrijven van putopties
Met het schrijven van een putoptie gaat u een koopverplichting aan.
Voorbeeld
U ziet de televisieproductie als een groeisector. U wilt 100 aandelen NOP kopen voor de lange termijn. Via het schrijven van een putoptie probeert u ze iets goedkoper te kopen. U schrijft een putoptie:
| put NOP | 50 euro |
| koers NOP | 51 euro |
| optiepremie | 2 euro |
Het schrijven van deze optie levert in totaal 200 euro (optiepremie * 100 aandelen) op.

Als u de aandelen zou kopen kost u dit 5100 euro. Als u de putoptie schrijft, ontvangt u in eerste instantie 200 euro. Als de koers dan onder 50 euro komt, moet u de aandelen voor 50 euro kopen Dit kost u 5000 euro. In totaal scheelt u dit 300 euro (5100 - 5000 + 200). Echter, als de koers stijgt, heeft u slechts 200 euro winst, terwijl de koerswinst op aandelen veel groter had kunnen zijn.
Stel de koers van NOP daalt naar 30 euro. U bent de verplichting aangegaan om de aandelen te kopen voor 50 euro. Deze aandelen zijn op de beurs slechts 30 euro waard. Dit levert een verlies op van 1800 euro(50 - 30 * 100 aandelen - 200 euro).
Als de koers boven de 50 euro blijft, loopt de optie waardeloos af. De winst is dan 200 euro. Op dit moment kunt u opnieuw een putoptie schrijven en weer de optiepremie ontvangen.
Het resultaat
| koers | aandelen | optie |
| 40 | -1100 | -900 |
| 50 | -100 | +200 |
| 60 | +900 | +200 |
Bedenk wel dat op het moment van schrijven deze transactie erg aantrekkelijk lijkt. Mocht er een sterke koersdaling optreden, dan zijn de schrijvers heel wat minder blij.
