Aardappelsalade met zeekraal
Niemand weet ooit wat-ie met zeekraal moet. Maar ik zie 'm vaak in de supermarkt of de viskraam: daar ligt hij zo stoer en knalgroen in zijn bakje: zo zout als een hap zeewater, zo krokant als een verfrissende schijf komkommer. 'Wat is het eigenlijk?', vragen de mensen dan. 'En wat moet je ermee?' Velen komen niet verder dan het te stomen of blancheren en bij vis te geven. Maar dat is eigenlijk maar saai, want zeekraal - dat knapperige, zilte plantje uit de kustmodder - is nu op z'n lekkerst (ook zeekraal kent een seizoen, jongens!). Hij is er van mei tot augustus ongeveer, daarna wordt hij te houterig. Maar nu is-ie dus op z'n best: jong, fris, een beetje sappig en perfect als tegenhanger van de mollige kriel in een aardappelsalade. Alsof je de zee erdoorheen roert. U hoeft 'm alleen even kort te blancheren, hij kan zelfs rauw door de salade gemengd als hij supervers is en u van een beetje bite houdt. Verder geen zout aan de salade toevoegen, dat regelt de zeekraal zelf wel.
Ik meng 'm hier door afgekoelde krieltjes (daar is het nu óók de perfecte tijd voor) met een lepel mosterd, een lik zure room, bossen verse basilicum en een paar druppels citroen. Op het laatst gaat er waterkers door, want als zeekraal het zout is, dan is waterkers de peper. Op tafel is deze sla een favoriet: iedereen vraagt wat er zo knispert. Tja, gewoon de aardappelsalade. Alwéér. Maar dit keer met een twist. Omdat het nu het seizoen is van de zee, van het zout op je lippen, van je blote voeten in het gras. En omdat zelfs de onbekendste groente opeens een feestje wordt als je 'm met liefde door de salade roert.
Krielsalade met basilicum, waterkers, zeekraal en mosterdroom
Een lauwwarme aardappelsalade die fris, romig en licht ziltig is, met spetterverse zeekraal en een pittigfrisse mosterddressing. Simpel, maar net effe verrassend
- perfect als zomerse maaltijd op zichzelf of bij een gebraden kip (deden wij) of gebakken vis.
Voor 4 personen, bereiding: 25 min.
- 100 gram krieltjes, grote gehalveerd
- 100 gram zeekraal
- 125 ml zure room
- 2-3 eetl. scherpe mosterd, beetje naar smaak
- de rasp en het sap van 1 citroen
- 2 eetl. olijfolie
- 3 bosuitjes, in fijne ringen
- 1 flinke hand (zeker 25 g) verse
- basilicumblaadjes, grof gescheurd
- 75 gram waterkers, harde stelen verwijderd
- zeezout en versgemalen zwarte peper
Kook de krieltjes in gezouten water beetgaar. Hang de laatste 3 minuten een zeef in de pan kokend water en blancheer daar de zeekraal in. Spoel deze daarna onder koud stromend water af. Giet daarna de kriel af en laat even uitdampen.
Meng in een grote kom de zure room met de mosterd, citroenrasp en citroensap. Roer er een scheutje olijfolie door tot het net romiger wordt. Voeg de bosui toe en breng op smaak met zeezout en zwarte peper.
Schep de warme krieltjes door de dressing, samen met de zeekraal en de basilicum. Dien gelijk op. Serveer de salade met een glas koele rosé of witte wijn en misschien een zachtge kookt of gepocheerd eitje erbij of, zoals wij deden: een gebraden kippetje.
Opmaaktip Bak overgebleven krielsalade met dressing en al op in wat olie, tot de krieltjes krokant zijn. De dressing zal wat karamellise-ren. Lekker met wat extra spinazie erdoor als lunch, als vulling van een wrap of op toast of als perfect kliekje.