Het basisbegrip van de theorie van Girard is de mimesis of het mimetisme. Beide begrippen betekenen bij hem nabootsing in menselijk gedrag en verlangen. Het menselijk verlangen is, volgens Girard, complexer dan de eenvoudige rechte lijn die subject en object verbindt. Het verlangen is niet louter subjectief, noch louter objectief, er speelt steeds een derde dimensie mee: het model van het verlangen. In tegenstelling tot instincten zijn menselijke verlangens bemiddeld door een model dat onbewust nagebootst wordt.

Zo ontstaat wat Girard de mimetische driehoek noemt. Hij heeft de mimetische hypothese over het menselijk gedrag voor het eerst in 1961 naar voren gebracht in zijn essay De romantische leugen en de romaneske waarheid. Daarin onderzoekt hij een aantal van de grootste literaire werken van de laatste eeuwen die hij romanesk noemt in tegenstelling tot de romantische teksten. In de romaneske literatuur wordt het verlangen aan een model verbonden. Dat is al het geval bij het eerste grote meesterwerk van de moderne tijden: Don Quichot. Zijn hele bestaan is een imitatie van de legendarische ridder Amadis de Gaula. Zoals Girard aangeeft, is het een karikatuur van de imitatie van Christus door een gelovige.

Girard heeft het mimetische verlangen voor het eerst ontdekt door twee literaire teksten met elkaar in verband te brengen, namelijk De eeuwige echtgenoot van Dostojewski en De misplaatste nieuwsgierige, een novelle uit Don Quichot van Cervantes. In beide werken staat een driehoeksrelatie centraal die op een identieke manier evolueert. De ene held van het verhaal probeert zijn verlangen naar zijn vrouw of aanstaande op te drijven, door een andere man te overtuigen die vrouw ook te begeren. De structurele overeenkomst tussen de teksten trof Girard.

https://nl.wikipedia.org/wiki/Ren%C3%A9_Girard_(menswetenschapper)

Built with LogoFlowershow